Wat is Keezen?

Wat is keezen?
Nee niet dat, maar wel het gezelligste spel wat er is, let wel op het kan zeer laat/vroeg worden.

Keezen wordt gespeeld met twee, vier of zes personen, in het spel zitten onderdelen van klaverjassen, je speelt het met een maat en met kaarten in plaats van dobbelstenen, het spel is afgeleid van het Amerikaanse spel Alley, verder heeft het veel weg van pesten.
Deze combinatie maakt het erg verslavend, heb je het spel eenmaal goed door, dan wil je het steeds opnieuw spelen.

Het spel komt wereldwijd voor, er zijn Canadese, Amerikaanse en Duitse varianten bekend. In Nederland wordt er beweerd dat het zijn oorsprong heeft in Akersloot, maar ook in West Friesland claimen mensen dat het hun uitvinding is. Allemaal lariekoek, feit is wel dat het al een zeer oud spel is, wat de laatste tijd weer is herontdekt en enorm in opkomst, zo bestaan er al Nederlandse kampioenschappen.

Keezen is ontzettend leuk om met vrienden en familie te spelen. Het brengt de ouderwetse gezelligheid weer terug. 

Speelwijze:
Je speelt het spel in tweetallen. Onderling worden de duo’s bepaald. Ieder kiest een eigen kleur om mee te spelen. Je partner zit diagonaal tegen over je en de middelste tegenover elkaar (bij zes personen). De kaarten bepalen hoeveel stappen je mag zetten met je pion. Het spel wordt in rondes gespeeld. De eerste ronde krijgt ieder vijf kaarten de tweede en derde ronde krijgt ieder er vier. Na drie rondes worden alle kaarten weer bij elkaar gedaan en krijg je opnieuw drie rondes.

Doel:
Het doel van het spel is om samen met je partner zo snel mogelijk met alle pionnen op je eigen honk te komen. Je hebt gewonnen als je beide in je eigen honk zit. Om te winnen zul je elkaar moeten helpen! Als één van beide spelers zijn vier pionnen in zijn honk heeft gaat hij verder met de pionnen van zijn partner.

Het Spel: 
Om het spel te beginnen moet je eerst een opzetkaart in je bezit hebben, anders moet je je kaarten inleveren. Een aangewezen speler schudt de kaarten en degene links daarvan gooit een kaart naar keuze op en speelt een pion. Om de beurt gooit ieder een kaart op, net zo lang tot dat ze op zijn.

Vervolgens wordt er opnieuw gedeeld door de speler die als eerste een kaart op mocht gooien. De volgende speler vervolgt het spel.

Je moet een kaart opgooien, ook als dat betekent dat je jezelf of je partner er af moet gooien. Als je echt niet kunt, doordat je bijvoorbeeld alleen nog maar opzetkaarten hebt en geen pionnen om op te zetten moet je alle kaarten die je nog hebt inleveren en wachten op de volgende ronde.

Wanneer jouw pion op zijn beginpositie staat mag er niemand langs en mag niemand jouw pion slaan. Deze pion mag ook niet geruild worden.

Als jezelf een ruilkaart hebt mag je wel ruilen behalve met iemand die ook op zijn begin positie staat.

Voor de andere kaarten geldt zoveel stappen doen als staat aangegeven.

Je moet je pionnen aansluiten in je honk, maar je mag niet over een pion heen die al in je honk zit.

Om je laatste pion binnen te krijgen mag je ook een zeven gebruiken, als je partner nog niet binnen is moet de rest van de zeven naar je partner. (Voorbeeld Jan moet om zijn laatste pion binnen te krijgen een drie hebben, die heeft hij niet. Maar wel een zeven, Jan zet zijn laatste pion binnen door drie stappen te maken en de overige vier stappen verder te gaan met een pion van zijn partner. Vanaf nu spelen ze samen verder met dezelfde pionnen, die van de partner van Jan zijn.